|
Van
CLUBBAAN naar MODELBAAN
Overpeinzingen van
een oud-voorzitter................

De oude
clubbaan met spoor- en tramweg
In onze modelspoorclub waren wij geleidelijk gewend geraakt aan een
modelspoorbaan, bestaande uit bijzonder veel modules.
Alle modules aan elkaar geschakeld, gaven een immense baan te zien.
Indrukwekkend was dat wel, maar er waren toch ook een flink aantal
bezwaren aan verbonden.
Om er enkele te noemen: De baan als geheel kon in de ons ter
beschikkingstaande ruimte nooit opgesteld worden.
Dat betekende o.a. dat de zekerheid omtrent een goed functioneren van
de baan in zijn totaliteit en wat betreft alles wat daarmee in
verbinding stond, niet mogelijk was.
Dat gaf bij externe totaalopstellingen van de baan nog wel eens wat
flinke problemen. Vervolgens nam de opslag van de modules, die niet in
de baan in ons clublokaal waren opgenomen, erg veel ruimte in beslag.
Dit ging ten koste van het opbergen van andere zaken en van een goed
ordentelijk overzicht in het algemeen.
Verder bleek het transport van al deze modules naar een externe
manifestatie min of meer een mega operatie, die weinig meer van doen
had met het bouwen op kleine schaal.
Nieuwe leden keken dan ook bij een dergelijke transportonderneming vaak totaal
overdonderd en onthutst op van het exceptionele aantal modules, die uit
allerlei hoeken en gaten, uit kelders en zolders te voorschijn kwamen.
De totale bouw, althans vanuit hoogwaardige eisen aan kwaliteit en
detailleringen, bleek een bijna eindeloze en uitzichtloze zaak, die
veel tijd en geduld kostte en ook veel financiële
consequenties.
Bovendien kon het geheel na verloop van tijd weinig clubleden meer
enthousiasmeren. Men was "uitgekeken" op deze baan.
Toch waren wij ons daar lange tijd niet altijd van bewust en waren wij
met de bestaande situatie ook min of meer tevreden. Er heerste rust!
Er waren anderzijds, vreemd genoeg ook momenten waarop velen
enthousiast en zelfvoldaan waren
over de status quo van de baan.
Dit
deed zich namelijk voor bij externe manifestaties. Dan bleek een
dergelijke baan zonder meer te
imponeren en was deze voor velen een
spectaculair stuk werk.
Dat hield ons dan weer lange tijd op
de
been. Maar in feite dreef onze club, als bouwclub
althans,
hoofdzakelijk op het enthousiasme van wildvreemde
toeschouwers.
Weer thuis in het veilige clubgebouw dommelden we dan
weer snel in en spraken wij onze voldaanheid
uit over de reacties die
wij gehad hadden, al manipuleerde misschien hier of daar ook nog iemand
vrij
onwezenlijk met plastic bekertjes, gevuld met een mengsel van
water en houtlijn.
Maar de meeste bekertjes waren gevuld met een ander
soort vloeistof. Gewend aan en langzamerhand
min of meer immuun
geworden voor de bewondering van de toeschouwers, ging men echter
stilletjes
vermoeden, dat ook de toeschouwers mogelijk wel eens
uitgekeken zouden kunnen raken op
steeds weer dezelfde
scènes.
Soms
kwam het vage vermoeden op, dat de toeschouwers op manifestaties
eigenlijk alleen nog maar
uit gewoonte of uit wellevendheid enthousiast
probeerden te doen.
Een twijfelfase was het gevolg, totdat bij enkele clubleden het idee op
kwam om kleine(re) units naar een
bepaald thema te gaan bouwen.
Dat
betekent o.a.: overzichtelijkheid; bereiken resultaat; meer specifieke
en exclusieve aandacht voor fijne
detailleringen; minder problemen met de opslag van modules; het vaker
gaan vullen van bekertjes:
niet met
koffie maar met gips, houtlijm, water, strooimateriaal en zeepsop.
Geslaagde,door
NMF erkende
recordpoging door de
twee jeugdleden:
een 14 meter lange,
rijdende goederentrein
tijdens het 3e lustrum in november 2000.
Dit mogelijk ten koste van de verdiensten van de clubkas. Uit het idee
van
kleine(re) units ontstond na gezamenlijk overleg, het uitgangspunt dat
het een na te bouwen gebied zou moeten worden, dat qua bouw zowel in
technische als in creatieve zin, de nodige mogelijkheden zou bieden.
Ergens aan de
Moezel.....
In technische
zin bedoeld als: een streek met
variaties in het landschap.
Zo is bijvoorbeeld door niveauverschillen
visuele diepte in het landschap aan te brengen; er kan een keerlus
verborgen worden achter het tunnelportaal van een rotsformatie.
Wij
vonden verder dat je je niet moet beperken tot alleen een spoorbaan in
een interessant landschap, maar dat ook te denken zou zijn aan een
autoweg met rijdende personenauto’s, vrachtwagens en bussen;
aan
een rivier met hier of daar een schip, aan een strandje, een
aanlegsteiger, een paar watervogels, een scheepswerfje.
Het is
begrijpelijk, dat deze uitgangspunten veel creatieve mogelijkheden
bieden. Ook het volgende is nog een punt, dat de aandacht zou kunnen
verdienen.

.......verborgen
achter
het tunnelportaal.
Gewoonlijk worden mensen sterker beïndrukt en geraakt door
situaties of zaken al naargelang meerdere zintuigen bij hen worden
geprikkeld.
Een baan, waaraan niet alleen iets te zien is, maar waarbij
ook geluiden uit het voorgestelde landschap te horen zijn en waarbij
ook de reukzin geprikkeld wordt, zal aanzienlijk meer imponeren dan
alleen een visueel waarneembaar geheel.
De reukzin zou bij een
modelbaan bijvoorbeeld ingeschakeld kunnen worden door een
"brandende" stapel snoeihout, maar dan ook met
rookontwikkeling,
die het specifieke aroma van brandend hout verspreidt.
Bij geluiden uit het landschap is niet op de eerste plaats te denken
aan het puffen of fluiten van een stoomloc of aan iets wat verband
houdt met rijdende treintjes. Dat ligt te veel voor de hand en
bovendien trekken die al voldoende aandacht.

Al denkend over de haalbaarheid van deze mogelijkheden moesten wij al
snel onze beperkingen erkennen.
Als dit allemaal realiseerbaar zou
zijn, zouden wij waarschijnlijk gedwongen worden ook nog een
schrikdraadinstallatie aan te schaffen om nieuwsgierige en tot het
uiterste geprikkelde toeschouwers op afstand te houden.
Maar wij gingen wel verder met ons plan om een bepaald landschap als
uitgangspunt te nemen, dat zoveel mogelijk aan de bovengenoemde wensen
kan voldoen. Vrij voor de hand liggend is het om daarbij te denken aan
een streek die men zelf concreet kent.
Bijvoorbeeld doordat men daar
een vakantie heeft doorgebracht. Met kinderen leert men gewoonlijk op
een actieve en gevarieerde manier een streek of landschap goed kennen.

Als men uitgaat, wat wij deden, van een landschap met
niveauverschillen, met rotspartijen, met een rivier, met een trein die
zijn weg zoekt door het rivierendal, met een autoweg die min of meer
hetzelfde doet, dan komt men gemakkelijk uit bij het Maasdal in
België of het Rijndal, het Moezeldal of andere dalen in het
Rijngebied.
Het werd….het Moezeldal. Wij gingen daarbij ook uit van het
feit, dat de keuze van het Moezeldal bij vele toeschouwers het
“vreugdevolle gevoel van herkenning” (zoals dat zo
mooi
wordt genoemd) zou kunnen oproepen.
Met de keuze voor dit bepaalde type landschap stelt men zichzelf
bepaalde eisen qua opbouw en qua weergave van de karakteristieke
kenmerken van dat gebied.
Wij dachten daarom dat een bezoek aan het Moezeldal instructief zou
zijn om nog eens exact een aantal dingen te checken.
Zoals bijvoorbeeld
de kleur van de rotsen, het verloop van de hellingen, het soort bomen
aldaar, het type bovenleidingsmasten, de geaardheid van de oevers, de
begroeiing van de velden en de akkers, de wijze van aanplant van de
wijnstokken, het type huizen en hun kleurtonen, de kleur van de aarde.
Ter versterking van ons geheugen legden wij het e.e.a. vast op de
gevoelige plaat.

Het
begin van
moezelwijn..........
Na deze voorbereidende overwegingen en activiteiten zijn wij begonnen
aan de bouw van onze Moezel modelbaan, waarbij wij nu uiteraard
proberen de werkelijkheid van het Moezeldal zo natuurgetrouw mogelijk
na te bootsen.

|